Vallen en opstaan als fundament voor een veerkrachtige generatie

Onderstaand verhaal deelde ik tijdens de bijeenkomst van Radicale Vernieuwing Jeugdzorg op maandag 25 april.

Ervaringen van mensen die te maken hebben met ondersteuning of hulpverlening zijn van onschatbare waarde. Ze laten zien wat er in de praktijk gebeurt, wat er goed gaat en wat er beter kan. Ik zorg ervoor dat die verhalen gehoord worden en betekenis krijgen.

Dit is de tekst die op de homepagina van mijn website staat. Dat is waar ik me als adviseur medezeggenschap en tekstschrijver al jaren voor inzet. Maar vandaag is het anders. Vandaag staat mijn ervaringsverhaal centraal. Die van mij als ouder, al schreef ik vanuit die rol ook – samen met collega’s bij LOC – het manifest ‘Geef kinderen hun vrijheid terug. Laat een kind zichzelf zijn’. Het delen van je persoonlijke verhaal, ten overstaan van een groep mensen die je niet, of niet goed kent, is best een beetje spannend. Maar het werd wel eens tijd om zelf te voelen hoe dat nou is: als ervaringsdeskundige je verhaal vertellen.

Al vanaf mijn eerste baan zorg ik ervoor dat de ervaringsverhalen van mensen in de zorg gehoord worden. Dat begon toen ik als pas afgestudeerde in gesloten jeugdzorginstelling De Koppeling ging werken. Het was de eerste jeugdzorgplusinstelling in Nederland en tevens ook één van de eerste die begin dit jaar zijn deuren sloot. Omdat we inmiddels, mede dankzij al die jongeren die hun stem lieten horen, weten dat het de meesten van hen niet helpt. En zelfs schadelijk bleek. 

De gesloten jeugdzorg

Vorige week zag ik de dansvoorstelling Birds, van een jonge choreograaf die tot voor kort in de jeugdzorg zat. Een indringende voorstelling waar zijn herinneringen aan de geslotenheid de basis voor vormde. Met als terugkerend beeld: vogels die hij vanuit zijn raam zag, die de etensresten aten van het plein om vervolgens weer weg te vliegen, het hek over, de vrijheid tegemoet. De voorstelling riep onmiddellijk talloze herinneringen op aan de tijd dat ik daar werkte: jongeren die elkaar vertelden hoe je het beste kon reageren op groepsleiding, je voegen naar dat wat er van je verwacht werd in de hoop dat je er zo snel mogelijk weer weg was. Of de talloze keren dat de piepers afgingen omdat een jongere in verzet kwam en daardoor gesepareerd moest worden. Of die ene jongen, 12 jaar oud, die na het gesprek met zijn moeder weigerde mee terug te gaan naar zijn groep en huilend en schreeuwend riep ‘ik wil met mijn moeder mee!’ Ik stond aan de grond genageld en huilde. De problemen van andere jongeren en de emotionele uitspattingen die hiermee gepaard gingen gaf een groot gevoel van onveiligheid waar je je als jongere – kind soms nog – toe moest verhouden.

De verhalen van jongeren

In de vijf jaar dat ik daar werkte begeleidde ik een jongerenraad. Het was dat ene meisje van 14, lid van de jongerenraad die mij voor het eerst kennis liet maken met de waarde van ervaringsverhalen. Ze vroeg me: ‘Wat betekent zorg op maat?’ Ik antwoordde met: ‘Dat we jou helpen op een manier die past bij jou. Bij wat jij nodig hebt.’ Ze zuchtte geagiteerd en zei: ‘Yeah right. Leg mij dan eens uit hoe ik kan werken aan de relatie met mijn moeder als een huisregel bepaalt dat ik maar twee keer per week mag bellen?’ Het werd mijn missie om de verhalen van jongeren een podium te geven. Opdat we daarvan zouden leren. 

Door de verhalen van die jongeren raakte ik steeds kritischer. Een jongere zei mij eens: ‘Ik ben er hier alleen maar agressiever op geworden. Maar ik moet wel. Als mijn groepsgenoot uit zijn dak gaat, dan moet ik me verdedigen.’
Steeds vaker bekroop mij het gevoel dat we daar niet het goede deden. Dat jongeren zich voegden naar een systeem dat wat wij hen als volwassenen oplegde in plaats van aan te sluiten bij dat wat ieder kind echt nodig had. En toch was dit nou eenmaal het maatschappelijke antwoord op de vraag hoe we deze groep jongeren moesten helpen. Vast goed en wel onderbouwd door allemaal slimme mensen. Dus waarom zou ik daar aan twijfelen? 

En nu: zelf opvoeden

Inmiddels ben ik zelf moeder van twee kinderen. De leukste en de mooiste op de wereld natuurlijk. Beiden zitten op de basisschool. Als ouders krijgen we onze vrijheid beetje bij beetje terug. Of toch niet? Want net als toen bekruipt mij steeds vaker het gevoel dat we elkaar en onze kinderen gevangen houden door allerlei opvattingen over dat wat hoort of normaal is bij het grootbrengen van kinderen. En laat ik hier geen misverstand over bestaan: net als toen op de Koppeling, maak ik daar net zo goed onderdeel van uit. Ik hoor mezelf regelmatig iets ‘vinden’ van hoe andere ouders hun kinderen opvoeden. Van ‘ze krijgen teveel vrijheid’, tot ‘ze leggen teveel de nadruk leggen op dat wat het kind niet kan’. En ondertussen twijfel ik net zo hard aan mijn eigen opvoedvaardigheden. En of ik hen wel dat bied wat ze nodig hebben. Maak óók ik me vaak genoeg zorgen over de ontwikkeling van mijn kind. 

Mijn zoon van zeven bijvoorbeeld: een heel zorgzame jongen met een onuitputtelijke drang naar knutselen en freubelen, met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, een grote binnenwereld én…met forse driftbuien. Afgelopen jaar leek dat over te zijn; hij kon goed omgaan met tegenslagen of kritiek maar nu zit hij in groep drie en is het weer helemaal terug. Het is een kwestie van tijd dat er een gat in onze deur zit.
Hij houdt me bezig en met de nodige regelmaat voel ik me radeloos. Dan vraag ik me af: Is dit gedrag wel normaal? Moeten we professionele ondersteuning inschakelen? Dat ook mijn schoonvader, van huisuit nota bene kinderpsycholoog, diezelfde zorgen voorzichtig eens deelde, stelde me niet gerust. Mijn man is daar een stuk nuchterder in en zegt dan: ‘Pepijn is een kind. En groot worden is niet altijd makkelijk. Dat gaat met vallen en opstaan. Bij het ene kind meer dan bij het andere maar ik weiger dit zomaar in het problematische te trekken.’ 

Als ik mijn eigen moeder weer eens raadpleeg zegt ze: ‘Hij doet me zo aan jou denken vroeger. Je vader is wel eens met je naar een kinderarts geweest. Of die driftbuien wel normaal waren. Zegt die arts: ‘Meneer, ik heb er zeven, ze hebben het allemaal heel lang gedaan. En het is helemaal goed met ze gekomen.’
Die driftbuien heb ik niet meer, al moet ik zeggen dat m’n kinderen opnieuw een dimensie in me naar boven hebben gehaald waarvan ik dacht dat het bij mijn kindertijd hoorde. Een tijdje geleden heb ik uit onmacht een deur zo hard dicht gesmeten dat de deurpost kapot ging. Lollige anekdote maar dit zijn nou niet de kanten van het ouderschap waar ik trots op ben. Al pleit ik er toch voor dat we dat dit soort ongemak en onzekerheden veel meer delen. En dat er meer ruimte komt voor ons ouders om alle grillen en grollen rondom het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen te delen. Ik las in het Volkskrant Magazine onlangs nog iets over een nieuw initiatief: de oudertelefoon. Ik heb het nummer alvast in mijn telefoon gezet. 

Hard werken aan de beste versie van jezelf

Een tijdje terug zag ik een pleidooi van Bert Wienen: psycholoog, onderwijswetenschapper en lector Jeugd aan de Hogeschool Windesheim. Hij doet een belangrijke oproep: laten we het gedrag van kinderen weer meer normaliseren omdat de ontwikkeling van kinderen nou eenmaal niet volgens een geplaveit pad verloopt. En in het verlengde hiervan pleit hij voor een nieuw kinderrecht: het recht om te falen. Als een belangrijk antwoord op een maatschappelijke tijdsgeest: dat kinderen en jongeren moeten voldoen aan een ideaalbeeld en daardoor constant bezig zijn om te werken aan de beste versie van zichzelf. Zijn pleidooi trof me en zette me in een klap op scherp: een kind van zes dat huiswerk krijgt, cito-toetsen voor kleuters, een kwart van de basisschoolkinderen op bijles, om 8.00 uur naar school, om 18.00 uur pas thuis; school, BSO, de sportvereniging en zwemles, tot het uiterste gaan om de beste cijfers te halen, om er alles uit te halen wat er in zit. Want alleen dan word je succesvol. You can make it or break it.
Op een feestje zei iemand ooit tegen mijn moeder toen ze vertelde dat mijn broertje op het praktijkonderwijs zat: ‘Oooh, dat komt nog wel…’ Dat komt nog wel?!
Maar ook: een zorgarrangement als een kind even niet mee kan komen, grote aantallen kinderen met een diagnose, en groepen jongeren met burn-outs als gevolg van de prestatiedruk. 

Met een kind is al gauw ‘iets mis’

En ineens zie ik het overal: bij buren, vrienden, op school. We kijken er niet meer van op als er iets ‘mis is’ met een kind en de stap naar professionele hulp gezet wordt. Het ene kind is hoogsensitief, de ander heeft ADD of autisme. Iets soortgelijks overkwam mezelf als kind ook: ik was ongelukkig omdat ik me niet veilig voelde in de klas waar ik zat. Ik werd gepest en raakte totaal gestressed; plaste op 10 jarige leeftijd ineens weer in bed. Een regulier onderzoekje door de schoolarts leidde tot vervolgonderzoeken. Conclusie: Freke hoort thuis op het Lom onderwijs. Gelukkig had ik een juf en ouders die mij zagen en wisten wat er daadwerkelijk aan de hand was, waardoor een andere stap gezet werd die de oplossing bleek en ik de ontwikkelkansen kreeg die bij me paste.

Als een kind het even niet lukt

Een tijdje terug spraken we met de ouders van een vriendje van onze zoon. Ontdaan vertelden ze ons dat het met Berend de laatste tijd niet goed ging. Dat school hen bijna dagelijks opbelde met het verzoek Berend op te halen omdat hij ‘agressief gedrag’ vertoonde, de klas uitliep en onredelijk was tegen de docenten. Toen vader voor de zoveelste keer zijn zoon moest ophalen van school en hij de gang opliep zag hij Berend in de kamer van de intern begeleider. De directrice zat voor de deur ‘zodat hij niet weg kan lopen.’ Vader nam hem mee naar buiten om stoom af te blazen en te horen wat hem dwarszat. Om hem daarna weer terug te brengen naar de klas. Binnen zeer korte tijd vonden er gesprekken plaats met school waarbij het voorstel werd om Berend te observeren. Even later lag er een verslag. Ouders waren lamgeslagen en ontzet. Niet alleen vanwege de inhoud van dat rapport en de wijze waarop er over hun kind werd gesproken – ‘hij is agressief’ en ‘hij flipt gewoon’ – maar ook door wat hen en hun zoon Berend zo plotseling overkwam. En ik was volkomen verbaasd: hadden we het hier over hetzelfde kind? Een vrolijke, ietwat stoere en wellicht onzekere jongen die regelmatig bij ons thuis over de vloer komt? We zagen twee verdrietige maar strijdvaardige ouders. Om wat er over hun kind gezegd werd maar ook omdat ze de regie totaal kwijt raakten. 

Biedt ruimte zodat een kind zijn weg (weer) vindt

Waar bleef het gesprek met Berend en zijn ouders? En waar bleef die ene vraag: hoe kan het dat Berend zich overduidelijk niet fijn voelde? En wat hij nodig had om hem daarbij te helpen? Geregeld zag ik hoe er op het plein na afloop van school een overdracht plaatsvond: ‘Nee het ging weer niet zo goed vandaag’. Berend stond ernaast, fiets aan z’n hand, rugzak op. Niet blij. Op een middag na school, met zijn moeder op de fiets naar huis huilde Berend: ‘Ik wil helemaal niet zo zijn mama…’
Op een nacht lag ik er wakker van. Wat konden wij – wij allemaal – doen om hem te ondersteunen in een tijd dat hij het even lastig had? Het boterde met een tweetal jongens uit zijn klas niet en de citotoets die hij spannend vond, moest hij toch echt alleen doen. Was een andere klas misschien iets om uit te proberen? De klas waar zijn vriendjes zaten? Een andere meester of juf? Na lang aandringen mocht hij naar een andere klas, bij meester Stijn. Stijn is zijn echte naam want hij verdiend het genoemd te worden. Naar wat later bleek had Stijn al eerder geopperd om Berend bij hem in de klas te plaatsen. Gewoon om eens te kijken wat dat met Berend deed. We zijn nu een tijdje verder en met Berend gaat het goed. Stijn had aandacht voor Berend, maakte echt contact met hem en gaf Berend alle ruimte die hij nodig had om zijn weg weer te vinden. De problemen die er waren zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Een verschil van dag en nacht. 

Kwetsbare generatie

De druk op kinderen en jongeren om te werken aan de beste versie van zichzelf en het feit dat kinderen volgens onze maatschappelijke opvattingen snel afwijken van dat wat hoort of normaal is, waardoor je als kind al gauw het gevoel krijgt dat je het niet goed doet, vormen dé ingrediënten voor een zeer kwetsbare generatie. Dat zien we nu al aan de groeiende groep jongeren die gebukt gaan onder burn-outs. In een uitzending van Zembla over generatie X zei een van de jongeren die kampt met een burn-out: ‘Ik had alles gegeven maar het was me niet gelukt. Dus: met de staart tussen je benen naar huis.’ Bemoedigend om te horen dat de VU onlangs heeft besloten Cum Laude af te schaffen bij de opleiding geneeskunde om zo de druk op studenten te verlichten. 

Het ontwikkelingspad is te smal

De weg die kinderen en jongeren moeten afleggen op weg naar hun volwassenheid hebben we echt te smal gemaakt. Het is daarom hard nodig dat we met elkaar – ouders, professionals, onderwijzers, buren, vrienden en andere betrokkenen in het leven van kinderen – de juiste omstandigheden creëren voor kinderen zodat zij zichzelf kunnen zijn en blijven. En het leven mogen uitvinden in vrijheid en veiligheid. Met vallen en opstaan als belangrijke voorwaarde. En dat is best lastig als de norm zo hardnekkig is. Vaak genoeg ben ik geneigd dat te doen wat ‘(erbij) hoort’. Al weiger ik tot nu toe met succes de ‘even-10-minuutjes-huiswerk-verwachtingen’ van de school van mijn kind. En gaat hij níet (gelijk) op voor zijn zwemlesdiploma B; zijn A was al te stressvol met allerlei onmogelijke buien als gevolg daarvan. En bovendien: ‘Wanneer moet ik anders spelen mama?’ 

Explosief gebruik jeugdzorg

Het Nederlands Jeugdinstituut schrijft in het rapport Het groeiend jeugdzorggebruik: ‘De ontwikkeling van kinderen is een hobbelig pad. Dat lijken we te zijn vergeten’. En wordt genoemd als een van de oorzaken van het stijgende jeugdzorggebruik. Ter illustratie: kreeg 20 jaar ongeveer 1 op de 27 gezinnen met jeugdzorg te maken, dat aantal ligt nu veel hoger: 1 op de 8. Al met al is het ontzettend terecht om ons af te vragen hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat het jeugdzorggebruik zo explosief gegroeid is.

Opgroeien: een gezamenlijke verantwoordelijkheid

We moeten terug naar iets fundamenteels: het besef dat het leven niet af te dwingen en maakbaar is, dat opgroeien en persoonlijke ontwikkeling ten alle tijden gepaard gaat met ongemak en dat fouten maken erbij hoort. Sterker nog, dat het nodig is. En dat we met elkaar, alle betrokkenen in het leven van kinderen en jongeren, kinderen en jongeren die ruimte bieden. Precies volgens het oude Afrikaanse gezegde: It takes a village to raise a child. Alleen dan zorgen we voor een gezonde en weerbare generatie die bovendien opgroeit in een wereld die razendsnel veranderd en een fors beroep doet op ieders veerkracht. En alleen dan zorgen we er voor dat jeugdhulp beschikbaar blijft voor hen die dat echt nodig hebben. Of om met de woorden van Bert Wienen af te sluiten: 

‘Ik pleit ervoor om weer op te staan voor het recht van kinderen en jongeren om niet te hoeven werken aan hun eigen ik. Waarbij we onderwijs en opvoeding weer losweken van economische principes. Om zo te voorkomen dat we gefocust blijven op reddingsvesten en reddingsboten die steeds vaker uitvaren en steeds vaker worden uitgeworpen. En bovendien óók om ervoor te zorgen dat die reddingsboten beschikbaar blijven voor kinderen en jongeren die dat écht nodig hebben.’

Manifest: doe mee!
Het manifest waar Freke aan het begin van haar verhaal over vertelt, is geïnspireerd door haar ervaringen. Je kunt het Manifest hier lezen.

Met de mensen en initiatieven uit de beweging Radicale vernieuwing jeugdzorg gaan we acties organiseren, om zoveel mogelijk mensen in het leven van kinderen te inspireren met dit Manifest: ouders, jongeren, naasten, mensen op scholen, bij gemeenten, jeugdzorgorganisaties, ministeries en anderen. Zo willen we een steeds bredere beweging vormen van mensen en initiatieven die werken aan dat wat er nodig is voor een gezonde ontwikkeling van kinderen.
Wil je het manifest ondertekenen en meedoen? Kijk hier verder.

Herken je wat Freke schrijft? Plaats hieronder graag een reactie met jouw ervaringen.
We komen vanuit de beweging ook graag in contact met mensen die geïnteresseerd zijn. Je kunt Freke een e-mail sturen (f.evers@loc.nl) of laat hieronder een reactie achter. Dankjewel!

Download artikel als PDF

Praat mee! (2)

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Douwe Dronkert 1 maanden geleden

Dankjewel Freke, voor je openhartige verhaal! Het was 25 april al zo mooi om te zien hoe allerlei mensen zich herkennen in wat je schrijft. En dat je verhaal ervaringen van anderen losmaakte, en meer mensen in gesprek durfden over hun onderbuikgevoelens, worstelingen en verlangens. Hopelijk kan het zo nog veel meer van die wezenlijke gesprekken losmaken!

Reageer op dit bericht
Ingrid Rebel 1 maanden geleden

Het raakt mij weer Freke! Dank voor het delen! Het zijn volgens deze verhalen van vlees en bloed die binnenkomen bij mensen en mensen kracht geeft om het ook, weliswaar met vallen en opstaan, het op een eigen manier te doen!

 

Reageer op dit bericht

Bijdragen?

Op de Praat mee-pagina’s staan allerlei vragen, antwoorden, tips, oproepen, blogs en vlogs van mensen die betrokken zijn bij Radicale vernieuwing jeugdzorg. Of van mensen met interesse daarvoor. Van mensen uit de kern van het netwerk tot mensen die Radicale vernieuwing en haar droom een warm hart toedragen. Iedereen kan bijdragen. Daarom komt niet alles wat er geplaatst wordt, per se overeen met wat deelnemers in de vernieuwingsbeweging vanuit hun gedeelde visie vinden.

Praat ook mee >

Vragen? Mail webmaster@loc.nl of bel 030 284 3200.

Deelnemers platform

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • * Heb je onze nieuwsbrief eerder ontvangen en je afgemeld? Meld je dan aan via webmaster@loc.nl
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.